De omge­keer­de wereld

‘Zet de palm van je hand onder de kin van de man. Klauw je vingers. Vouw je mid­del­vin­ger naar beneden en duw met je wijs‐ en ring­vin­ger de oogbollen eruit.’
Deze instruc­tie kreeg ik op mijn dertiende tijdens een cursus zelf­ver­de­di­ging voor meisjes. In tien weken leerden we nee zeggen, hulp vragen, knie­schij­ven breken, ogen uitsteken en praten over seksueel geweld. De doel­stel­ling was ‘het vergroten van de fysieke en mentale weer­baar­heid van vrouwen en meisjes door middel van cursussen zelf­ver­de­di­ging en vecht­spor­ten’, maar de training kon niet voorkomen dat ik in de vijf jaar die volgden twee keer werd verkracht en nog vaker werd aangerand. Niet alleen lieten de situaties het niet toe knieën te breken of ogen uit te steken, ook wreekte zich het feit dat er geen cursussen waren waarin jongens en mannen werd geleerd hoe je zorgt dat een vrouw zich niet weerbaar hoeft op te stellen.
In de #metoo‐discussie wordt ook vaak ingezet op de weer­baar­heid van vrouwen: zij moeten aan de bel trekken, zij moeten stop zeggen, zij moeten weglopen, zij moeten een klap geven, zij moeten aangifte doen. Maar laat ik je dit vertellen: veel vrouwen zijn dat zat.
Weerbaar zijn is dodelijk ver­moei­end en het is de omge­keer­de wereld. Altijd op je hoede zijn, negeren, afwijzen, grenzen stellen, je schrap zetten, roepen, vechten; je raakt er uitgeput van.
Ooit had ik een baas die zijn mails aan mij eindigde met ‘liefs en kusjes’. Ik vond dat niet ernstig, maar wel uiterst onge­mak­ke­lijk. Als hij in die tijd een hand op mijn schouder legde, zette ik me schrap, want ik had geen idee wat die ‘liefs en kusjes’ te betekenen hadden. In de ogen van de weer­baar­ma­kers had ik moeten reageren met een mail terug ‘Beste baas, wil je dat niet meer doen?’ Maar, eerlijk, was het niet gewoon aan hem om die dingen ach­ter­we­ge te laten? Had hij niet moeten bedenken: ik ben haar baas, misschien is ‘liefs en kusjes’ niet zo gepast? Moeten wij uitleggen dat onge­wens­te inti­mi­tei­ten het func­ti­o­ne­rings­ge­sprek tot een benau­wen­de aan­ge­le­gen­heid maken? Moeten we tot ver­moei­ens toe cursusjes beta­me­lijk gedrag geven? Moeten we vechten tot de oogbollen over de vloer rollen?
Begin deze maand overleed Nancy Friday, een gevierde voor­vecht­ster van de seksuele gelijk­heid van vrouwen. Volgens The New York Times vond ze seksueel grens­over­schrij­dend gedrag op het werk niet echt een probleem, want het werk was nu eenmaal voor meeting en mating, ver­ga­de­ren en neuken.
Dat vrouwen veel vaker dan mannen kampen met ongewenst seksueel gedrag op de werkvloer was het gelijk­heids­boeg­beeld mogelijk ontgaan. In een interview in Humo deze week maakt een andere oer‐feministe, Fay Weldon, het nog bonter. Vrouwen die niet in hun billen geknepen willen worden, moeten een klap geven, en als ze dat niet doen, is dat omdat ze het gemak­ke­lij­ker vinden om achteraf te klagen. ‘Jonge femi­nis­ten zijn zo hys­te­risch. Het is modieus geworden een willoos slacht­of­fer te zijn, alsof je zelf geen enkele ver­ant­woor­de­lijk­heid draagt.’
Wel Fay, dat klopt. Als een collega in mijn billen knijpt, als een vreemde man mij op straat volgt tot aan mijn huis (’heb je een vriend?’), als mijn baas mailt met ‘liefs en kusjes’, dan mag ik toch bovenal ver­wach­ten dat zíj ver­ant­woor­de­lijk­heid nemen? Of is dat in deze wereld van twee maten te veel gevraagd?
Het #metoo‐debat wordt ver­gif­tigd door mensen die beweren dat het leven geen wandeling in het park is en dat je gewoon je grenzen moet aangeven. Vrouwen moeten kordater optreden bij onge­wens­te sms’jes, eerder hun beklag doen, luider nee zeggen of direct de hotel­ka­mer verlaten. Terwijl: komaan zeg, gedraag je gewoon een beetje!
De cijfers rond seksueel geweld, ongewenst seksueel gedrag en gevoelens van onvei­lig­heid vallen steevast uit in het nadeel van vrouwen, maar volgens Fay Weldon is de femi­nis­ti­sche revolutie voltooid, hebben de ‘vrouwen gewonnen’ en zijn de ‘mannen geketend’.
Onlangs waagde ik het om in deze krant verlof te vragen voor vrouwen die moe zijn van die dage­lijk­se weer­baar­heid, een soort mentale vakantie van de asser­ti­vi­teit. Wie schetste mijn verbazing toen ik door mijn oproep van man­nen­haat en klein­ze­rig­heid werd beticht. En niet alleen ik, maar veel vrouwen die zich dankzij #metoo eindelijk uit­spre­ken over een leven lang grenzen stellen, krijgen de vraag: waar is jullie weer­baar­heid? Maar weet je wat het is: we zijn zo onderhand wel een beetje klaar met die oneindige cursus zelf­ver­de­di­ging.

Deze column verscheen op vrijdag 17 november 2017 in De Standaard.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.