Dubbele loy­a­li­teit

Ik moet iets bekennen, iets waar ik geheim­zin­nig over moet doen, omdat sommige mensen argwaan zullen krijgen, omdat er mensen zijn die zullen zeggen: ze wil er niet bijhoren. Ze doet niet mee.
Ik mag twee nati­o­na­li­tei­ten aannemen. Ik mag Belg worden en Neder­lan­der blijven. Na elf jaar wonen en werken in België en na een huwelijk met een Belg kan ik namelijk aanspraak maken op rechten en plichten in twee landen. Houd het stil, want zodra ik er echt voor kies, mag er openlijk worden getwij­feld aan mijn intenties.
Zo moesten in Australië deze week de senaats­voor­zit­ter, de vice­pre­mier en zes andere politici de politieke arena verlaten, omdat de wet ‘dubbel bur­ger­schap’ niet toestaat bij volks­ver­te­gen­woor­di­gers en rege­rings­le­den vanwege belan­gen­ver­stren­ge­ling. Iets dichter bij huis dreigde PVV‐leider Geert Wilders donderdag met een motie van wan­trou­wen tegen de nieuwe Neder­land­se minister van Bin­nen­land­se Zaken Kajsa Ollongren (D66), die naast de Neder­land­se de Zweedse nati­o­na­li­teit bezit, en tegen staats­se­cre­ta­ris Barbara Visser (VVD), die doordat ze in Kroatië is geboren ook een Kroatisch paspoort heeft. Dubbele loy­a­li­teit. Weg ermee!
Ook in België wordt de juri­di­sche fictie van de model­bur­ger met slechts één enkele loy­a­li­teit op hoog niveau gepredikt. Na de staats­greep in Turkije in juli 2016 pleitte staats­se­cre­ta­ris voor Gelijke Kansen en Armoe­de­be­strij­ding Zuhal Demir (N-VA), toen nog Kamerlid, voor afschaf­fing van de dubbele nati­o­na­li­teit van Turkse jongeren. In augustus van dit jaar liet ze weten dat ze zelf de daad bij het woord zou voegen: ze is een procedure begonnen om afstand te doen van haar Turkse nati­o­na­li­teit.
De fictieve optelsom van de dubbele loy­a­li­teit is overal ter wereld gemeen­goed. Alsof er werkelijk mensen zijn die denken dat je iemand kunt open schroeven en ver­vol­gens op je vingers kunt tellen: daar is loy­a­li­teit één, en – hé! – nog eentje! Deze persoon heeft een dubbele loy­a­li­teit!
Als ik mezelf open schroef, kom ik een woud aan loy­a­li­tei­ten tegen. Dubbele, drie­dub­be­le, wat zeg ik: gren­ze­lo­ze loy­a­li­teit. Aan mensen, aan plaatsen, aan taakjes, aan dromen, alles in veelvoud, niets afge­ba­kend. Mijn loy­a­li­teit blijkt uit hoe ik praat in mijn hoofd, wie ik ben als ik me verhoud tot anderen. Het blijkt uit de stand­pun­ten die ik nu inneem, maar ook uit de wijze waarop ik die heb vergaard. Het blijkt uit hoe ik me gedroeg in nobele en minder nobele tijden, met al mijn minne streken en al mijn held­haf­ti­ge daden. Het blijkt uit wie ik ben tegenover mijn studenten en mijn leraren, tegenover mijn lezer en mijn uitgever, tegenover mijn moeder en mijn metekind. Het blijkt uit wat ik zeg tegen bekenden, vreem­de­lin­gen en vrienden, en het blijkt bovenal uit de wijze waarop ik me door deze samen­le­ving beweeg. Die optelsom van onver­ge­lijk­ba­re groot­he­den zal je iets vertellen over mijn loy­a­li­teit, niet de hoe­veel­heid pas­poor­ten in mijn achterzak.
Mijn paspoort is voor mij een praktisch document: ik bewijs ermee dat ik in de basis­ad­mi­ni­stra­tie van een land sta, ik mag ermee vliegen en ik mag er sommige landen mee in. Maar het bepaalt niet mijn intenties, niet wie ik ben, wie ik wil zijn, hoe anderen me zien en wat daarvan waar is. Dat bleek ook toen ik de vraag aan een grote groep mensen stelde op sociale media: ‘Als jullie mij waren, zouden jullie dan de Belgische nati­o­na­li­teit aannemen, de Neder­land­se houden, of kiezen voor een dubbele nati­o­na­li­teit?’ De tien­tal­len ant­woor­den waren eens­lui­dend: als ze mij waren, zou vrijwel iedereen kiezen voor een dubbele nati­o­na­li­teit. De ant­woor­den kwamen uit linker‐ en rech­ter­hoek en van bekenden en onbe­ken­den. De ant­woor­den waren kort en prag­ma­tisch. Geen smart­lap­pen over volksaard, geen tra­nen­trek­kers over geboor­te­grond, geen bloed dat door aderen stroomt en niemand die twijfelde aan mijn loy­a­li­teit. Slechts prak­ti­sche over­we­gin­gen over admi­ni­stra­tie­ve rechten ten aanzien van pensioen, erfenis en man­tel­zorg­te­rug­keer. En begrip voor de wens te mogen stemmen in het land waar je leeft, wat voor velen een groot goed is.
Ik ben geneigd dit soort wezens­vra­gen als luxe­pro­bleem te beschou­wen en een grote groep denkt er net zo over. De meesten geven aan dit soort zaken net als ik het liefste zo praktisch mogelijk op te lossen, zonder inbreuk op de eigen normen en waarden, en met zo min mogelijk amb­te­lij­ke rompslomp. Maar dat is buiten het populaire politieke discours gedacht, waarin schuldig door asso­ci­a­tie ook schuldig is. Dus mocht u willen weten waar ik uit­ein­de­lijk voor kies: van mij zult u het niet horen. Het luxe­pro­bleem blijkt immers een mij­nen­veld waarin ik met een fictieve optelsom mijn geloof­waar­dig­heid kan verliezen.

Deze column verscheen op vrijdag 3 november in De Standaard.

3 reacties

  1. EliasM

    Dubbele nati­o­na­li­teit, wat maakt het uit…
    De voordelen zijn praktisch en waarom zou je iemand die ontzeggen?
    De nadelen bestaan vooral “in de kop”: dubbele loyauteit mag niet, je krijgt belan­gen­ver­men­ging. Alleen ver­dwij­nen die nadelen helemaal niet als je op papier iemands dubbele nati­o­na­li­teit afneemt.

  2. Ik heb er ook twee, raad eens welke ;-). Het zegt inderdaad helemaal niets over ‘goed’ of ‘fout’. Ik zeg het liefst I’m a European, en wil dat ook nog best in ver­schil­len­de talen zeggen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.