Ieder zijn portie ver­kram­ping

Ze zijn in ver­war­ring, de mannen, dankzij de hashtag #metoo waarmee vooral vrouwen wereld­wijd aangeven dat ze te maken hebben gehad met seksuele inti­mi­da­tie of erger. De heren laten weten onzeker te zijn. Ze willen gerust­ge­steld worden. Ze willen weten of ze nog com­pli­ment­jes mogen geven, of ze nog dicht tegen iemand aan mogen dansen, of ze nog mogen kijken, knipogen, flirten en jagen. Ze sputteren dat het eigenlijk alleen zou moeten gaan over de echte griezels, want nu krijgen ze het gevoel dat alle mannen schuldig zijn, waardoor ze ver­kram­pen, en tiens, dat moeten we toch niet willen? Dat alle mannen ver­kram­pen?
Terwijl me dat een prima idee lijkt, een beetje meer ver­kram­ping. Want laten we eerlijk zijn: onze cultuur is niet vrij van kramp, maar de pijnlijke spanning ontneemt tot nu toe vooral vrouwen bewe­gings­ruim­te. Ieder zijn portie kramp lijkt me fair enough.
Vrouwen worden al in de zandbak gewaar­schuwd voor enge mannen, ze laten hun nach­te­lij­ke logistiek gro­ten­deels afhangen van de mate van aan­we­zig­heid van de andere helft van de bevolking en ze kunnen zich op talloze inter­net­plat­forms niet laten zien omdat ze daar direct verteld wordt óf en hóe ze genomen moeten worden. Veel vrouwen hebben een kaartje in hun hoofd van verlichte en onver­lich­te plekken, houden hun ogen op sleutels en sloten gericht, omdat deuren die op slot gaan lang niet altijd een goed teken zijn, en ze vermijden blikken op straat omdat elke vrien­de­lij­ke oogopslag nare gevolgen kan hebben. In het licht van deze oneer­lij­ke ver­hou­din­gen lijkt me even nadenken of je wel of niet een com­pli­ment moet geven een offer van lik­me­vest­je.
Als we vrouwen meer speel­ruim­te willen geven, dan moeten we ook de kramp eerlijk verdelen. Want we kunnen massaal zeggen dat de meeste mannen het goed bedoelen, maar in deze tijd van cat­cal­l­en­de mede­bur­gers en stuitende slettenpagina’s op Facebook zijn intenties niet veel waard. Vrouwen worden angstig opgevoed en een beetje inschik­ke­lijk­heid van man­ne­lij­ke zijde kan helpen om de donkere straatjes, het nacht­le­ven, het werk, de school en het internet terug te veroveren.
Maar hoe kun je als man een beetje nuttig ver­kram­pen? Ik zou zeggen: leef je in. Doe je best. Denk na. Denk door. Overweeg je motieven. Weet dat #metoo een beeld geeft van hoe vaak vrouwen zich onveilig voelen. Slik je com­pli­ment soms even in, ook al doe je dat kramp­ach­tig, doe niet alsof je recht hebt op een glimlach van een vrouw. En geef angstige vrouwen de ruimte.
De volgende keer dat je als man een avond­trein neemt en je ziet een vrouw alleen in een treinstel, weet dan dat ze een risi­co­ana­ly­se doet. Het mag dan wel lijken alsof ze leest, maar in wer­ke­lijk­heid kijkt ze waar jij gaat zitten, of je er gevaar­lijk uitziet, of er iemand is als het misgaat en waar ze haar telefoon heeft gelaten, voor als jij onver­hoopt op hetzelfde donkere station uitstapt. Als je de kramp eerlijk wilt verdelen, ga dan niet te dicht bij haar zitten en laat het vermijden van oog­con­tact niet alleen aan haar over.
Een ander voorbeeld: als je in het donker achter een vrouw wandelt, geef haar de ruimte. Weet dat die hand die zo losjes in haar zak steekt, ver­moe­de­lijk een sleu­tel­bos vast heeft, met tussen duim en wijs­vin­ger de auto­sleu­tel, want die is het scherpst. Weet dat ze met heel haar hart hoopt dat jij naar de overkant gaat, de hoek om slaat of haar passeert. Als je de kramp eerlijk wilt verdelen, overweeg dan of een van die drie routes een optie is.
Of het beruchte voorbeeld van het com­pli­ment over haar uiterlijk. Als je de kramp eerlijk wilt verdelen: durf te aarzelen voordat je over haar ogen, shirt of kont begint. Vraag je af: hoe liggen de ver­hou­din­gen? Onder­mijnt je opmerking de gelijk­waar­dig­heid? Wat voegt een opmerking over uiterlijk toe in deze wereld van zich ver­lus­ti­gen­de mannen en hun weg­werp­com­pli­men­ten? Stel jezelf dit soort vragen eerlijk en probeer die denk­oe­fe­ning niet te zien als iets dat jou wordt aangedaan. Denk aan de beroemde quote ‘Als je gewend bent aan een voorrecht, voelt gelijk­heid als onder­druk­king’. In het streven naar gelijke verdeling van vei­lig­heid zullen ook mannen een offer moeten brengen en een zekere mate van kramp moeten omarmen.

Deze column verscheen op vrijdag 20 oktober 2017 in De Standaard.

NB Op 21 oktober verscheen in de zater­dag­krant van De Standaard een reactie van Tom Heremans. Ik zou een ‘man­nen­ha­ter’ zijn. Well, that escalated quickly.

2 reacties

  1. Anneleen

    Tom Heremans, pffff, die staat er toch al jaar en dag om bekend niet bepaald fijn­zin­nig uit de hoek te komen als het over zaken gaat die vrouwen aan­be­lan­gen, of over vrouwen zelf? Heeft ooit eens de cactus gekregen van de femi­nis­ten, wegens zijn gewoon­lijk onnozele en vrouw­on­vrien­de­lij­ke stukjes.

    Ik vind je stukje juist heel goed: het is f* ver­moei­end om altijd en overal op je hoede te moeten zijn. Wat een voorrecht om fluitend bij nacht en ontij overal te kunnen lopen waar je wilt, en geen rekening te moeten houden met eventuele vlucht­we­gen. Een beetje kramp ervaren zou misschien wel eens voor wat meer inle­vings­ver­mo­gen en respect kunnen zorgen.

  2. Anneleen

    Aan­vul­ling: de eerste paragraaf is juist helemaal niet aan­val­lend, hij is juist (express, ver­on­der­stel ik) betut­te­lend, zoals de heren zich zo graag over ons uitlaten: och here, die meisjes/vrouwen/hysterische wijven, kijk ze nu weer eens over­drij­ven en zich aan­stel­len.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.