Reservaat voor de echte man

Handelaars die een bordje met het opschrift ‘no women’ aan de deur grappig vinden, zijn blind voor de strijd die veel vrouwen dagelijks voeren om gelijk behandeld te worden, schrijft Maartje Luif.

‘Veel vrouwen van onze klanten vinden ons principe juist grappig. En wij blijven daarachter staan: in onze zaak moet een man zich écht man kunnen voelen, zonder de aanwezigheid van een vrouw.’ Dat zei een kapper in Ternat, nadat hij een klacht had ontvangen wegens discriminatie van een vrouw die wilde wachten terwijl haar zoon werd geknipt, maar weg werd gestuurd omdat ze een vrouw was (DS 8 juli).
In zijn reactie zitten drie misvattingen verborgen.
1. Als vrouwen het zelf leuk vinden, kan het toch geen discriminatie zijn? Daarmee gaat de barbier voorbij aan de culturele variant van het stockholmsyndroom waar vrouwen aan lijden. Onze blik is al eeuwenlang gegijzeld door mannen. Hoe we de wereld bekijken, wat we belangrijk vinden, hoe we onszelf zien en waar we al dan niet om moeten lachen: het is allemaal geworteld in een maatschappij waarin het van oudsher van weinig belang was hoe vrouwen naar de zaken keken.
Er zijn tijden geweest dat vrouwen het logisch vonden dat ze geen recht van spreken hadden. Zo was het voor mijn oma vanzelfsprekend dat ze wettelijk handelingsonbekwaam werd toen ze trouwde, waardoor mijn opa zeggenschap kreeg over haar geld en haar beslissingen. De instemming van een vrouw duidt op zichzelf dus helaas niet op gelijkheid.
2. Mannen moeten onder elkaar kunnen zijn wanneer ze maar willen. Dat klopt, thuis mag je vrouwen aan de deur tegenhouden. Maar als je onder de wet op de handelszaken valt, geldt het recht op gelijke toegang en gelijke behandeling. Dankzij dat soort wetten mogen we zwarte mensen niet achterin de bus laten plaatsnemen alleen omdat ze zwart zijn, mogen we joden niet uit het café weren omdat ze jood zijn, en als we een huurwoning weigeren aan een Marokkaan om het eenzame feit dat het een Marokkaan is, dan worden we beboet. Dankzij die wettelijke gelijkheid mocht mijn moeder toen ze trouwde over zichzelf beschikken, en in het verlengde daarvan mag je een vrouwelijke klant niet langer anders behandelen dan een mannelijke, als de enige reden die je aanvoert is dat ze een vrouw is.
Om eeuwenlang ingesleten patronen van macht en uitsluiting in te tomen, zijn er wetten nodig die de cultuur bijsturen. Je zou kunnen zeggen dat de wet nu te strikt is, maar die onverschillige houding is vooral een mannelijk voorrecht. Veel vrouwen moeten nog dagelijks strijden om gelijk behandeld te worden, die kunnen het zich niet veroorloven om met de tondeuse in de ene hand en een pint in de andere de wet terzijde te schuiven. Alleen mannen en vrouwen met weinig historisch besef, die cultureel aan de winnende hand zijn en die zelf nergens last van hebben, zullen volhouden dat die gelijkheid niet wettelijk gewaarborgd hoeft te worden ten koste van een grappig concept.
3. Er zouden plekken moeten zijn waar mannen nog écht man kunnen zijn. Wat een échte man is, is zodanig aan discussie onderhevig dat het maar goed is dat ‘het recht op een reservaat voor de echte man’ wettelijk van geen betekenis is. Maar daarnaast is de opvatting dat een echte man alleen zichzelf kan zijn zonder vrouwen in de buurt, bekrompen, zelfvervullend en daarom gevaarlijk. Wanneer je ervoor kiest om behalve de vormgeving van een barbiersconcept ook de opvattingen over man-vrouwverhoudingen mee te nemen uit de jaren stillekes – bijvoorbeeld het idee dat je met vrouwen erbij niet over voetbal, motoren en geile dingen kunt praten – dan heb je niet alleen een ouderwetse opvatting over vrouwen en hun smaak, maar je draagt ook bij aan het in stand houden en het verspreiden van die opvatting.
Rollenpatronen hebben de akelige eigenschap zichzelf te versterken. Omdat van een vrouw niet wordt verwacht dat ze over geile dingen praat, zal ze sneller besluiten maar niet over geile dingen te praten, zelfs als ze dat zou willen. Als je je dochter leert dat voetbal iets is voor jongens, dan zal ze stevig in haar schoenen moeten staan om van dat beeld los te komen. Daarmee maak je het moeilijk voor alle vrouwen die al meer dan een halve eeuw sleutelen aan dat uitermate tuttige vrouwbeeld dat de boventoon voert. In het economisch verkeer mogen je afkomst, je seksualiteit en je geslacht geen reden zijn om je de toegang te weigeren. Dat een handelaar daarom soms dingen moet laten die hij grappig vindt, is de prijs die hij betaalt voor het recht op gelijke behandeling voor iedereen.

Dit opiniestuk verscheen op maandag 10 juli 2017 in De Standaard.