We zullen krampachtig doen

De foto hierboven is de laatste foto van onze vorige vakantie voor die onbestaande werd. Over niet al te lange tijd gaan we het weer proberen.

Vermoedelijk zal het zo gaan: we rijden weg, we raken in paniek, we dreunen op waar we allemaal geld hebben verstopt, wat we met onze papieren hebben gedaan en dat het allemaal heus wel in orde komt, vervolgens zullen we bij de eerste rotonde (1 km verderop) in huilen uitbarsten, waarna onze vakantie eindelijk kan beginnen.

Tot april duurde het, de mentale nasleep van de adrenalinebom na de beroving van een jaar geleden. Tot april wisten we ons vaak geen raad met onszelf, elf maanden lang sliepen we weinig, kort, rommelig, licht. We voelden, stress, leegte en volte, en nog steeds zijn er tekenen van overdreven alertheid, van irrationele angsten en van gedeelde vrees voor het alledaagse. Maar het woord ‘gedeeld’ maakt veel goed, we staan er redelijk hetzelfde in, we hebben grotendeels last van dezelfde symptomen en we zijn ook allebei bereid om te relativeren als onze gemoedstoestand dat toelaat.

We gaan drie weken op vakantie. Inbrekers hoeven zich geen illusies te maken want we hebben een poezenoppas. Wijzelf maken ons ook geen illusies: het zal de eerste dagen niet meevallen. We gaan wederom op de bonnefooi rondtrekken, omdat dat nu eenmaal is wat we het liefste doen. We gaan wederom naar Zuid-Frankrijk met uitwijkmogelijkheden naar de rest van Zuid-Europa, en we zullen wederom moeten tanken op tolwegen. De situatie zal talloze keren van dien aard zijn dat we ongewild zullen terugdenken aan het hallucinante einde van onze vakantie vorig jaar. En elke keer zullen we onze stofwisseling moeten sussen: sshhh, stil maar, er is niks aan de hand, laat de adrenalinepomp maar weer los.

We zullen krampachtig doen, nutteloos krampachtig, lachwekkend krampachtig, vermoeiend krampachtig. We zullen bij elke benzinepomp tot op de wc onze hand op onze spullen houden, ik zal het hengsel van mijn schoudertas twintig keer om mijn enkel wikkelen als ik op een terras zit, we zullen ons geld over zoveel plekken verdelen dat we nog jarenlang onverwacht briefjes van twintig tegenkomen, bovendien zullen we iedereen in eerste instantie wantrouwen, en in tweede instantie ook. Dat zal hels vermoeiend zijn, maar onvermijdelijk.

De krampachtigheid zal ook de andere kant op werken: we zullen geforceerd proberen het geen invloed op onze vakantie te laten hebben, we zullen regelmatig denken: hee, die jongen lijkt op onze dief Marek, we zullen bang zijn maar stoer doen, en we zullen voortdurend opluchting voelen: kijk, ook dit is weer niet rampzalig afgelopen! Steeds opnieuw zullen we zwijgen over wat we denken, want die kutlul mag verdorie niet opnieuw het enige onderwerp van gesprek zijn.

En het mag misschien niet zo klinken, maar we hebben er verschrikkelijk veel zin in.