De gluur­cul­tuur is een hit

Een jaar of twintig geleden begon ik een klan­ten­kaar­ten­car­rou­sel. Met een stel vrienden ruilde ik klan­ten­kaar­ten in de hoop dat ons win­kel­pro­fiel een rommeltje zou worden en de super­markt zou denken dat de veer­tig­ja­ri­ge man in ons gezel­schap tampons en make‐up aan­schaf­te, terwijl de student budget had voor een dagelijks biefstuk. We hoopten een stok in de spaken van het systeem te steken en hoewel het goed­be­doeld was, is het een schit­te­rend voorbeeld van de half­bak­ken houding die velen van ons aan­nemen als het om per­soons­ge­ge­vens gaat. We wilden niet meewerken aan listige mar­ke­ting­trucs, maar we wilden wel korting.

Het was een klein protest tegen een steeds groter wordend probleem: de handel in per­soons­ge­ge­vens die voor­spel­len wat ervoor nodig is om ons onze ziel te laten verkopen. ‘Een spin­nen­web waarvan we nau­we­lijks door­heb­ben dat we erin zitten’, zo beschreef tech­no­so­ci­o­loog Zeynep Tufekci de ver­lei­dings­tech­no­lo­gie die ons omringt vorig jaar in een TED Talk. Ze ver­ge­lijkt onze online omgeving met het snoeprek bij de kassa van de super­markt: het valt niet op dat het er staat, we nemen het niet eens serieus als ver­lei­dings­tech­niek, maar uit de omzet­cij­fers blijkt dat het werkt. Volgens Tufekci is onze online omgeving volledig opge­trok­ken uit ‘ver­lei­dings­ar­chi­tec­tuur’, en de macht­heb­bers – of dat nu op sociaal, eco­no­misch of politiek vlak is – hebben dankzij die archi­tec­tuur de middelen om je te bekijken, te beoor­de­len en, bovenal, te sturen.

Afgelopen week bleek opnieuw dat de muren oren hebben toen The Guardian, Channel 4 en The New York Times details onthulden over Cambridge Analytica, het bedrijf dat de toegang tot Facebook‐gegevens mis­bruik­te voor mani­pu­la­tie van 50 miljoen kiezers. In de nasleep van dit schandaal ontdekten gebrui­kers dat Facebook veel meer van ze bijhoudt dan ze dachten, waarna voor sommigen de maat vol was. Zij deac­ti­veer­den hun account.

Maar stoppen met Facebook is net als mijn vroegere klan­ten­kaar­ten­car­rou­sel: een half­bak­ken houding. Neem de hashtag #dele­te­fa­cebook, die populair is op Twitter. De mensen die oreren dat ze niet akkoord gaan met de spionage, dragen met hun berichten bij aan hun per­soonsar­chief dat in stukjes over het internet drijft. In dat dossier komt te staan: 1. Las een artikel over Facebook. 2. Googelde: ‘hoe Facebook ver­wij­de­ren?’ 3. Deac­ti­veer­de Facebook‐account. 4. Gebruikte daarna de hashtag #dele­te­fa­cebook op Twitter. 5. Whats­app­te naar partner: ‘Facebook­ac­count gewist! Zo opgelucht!’
Dus in plaats van iets te wissen, voegen ze iets toe aan hun digitale doopceel: vijf acties die een over­tui­gen­de bijdrage leveren aan het psy­cho­so­ci­a­le profiel dat er al ligt. Er komt in elk geval een vinkje bij ‘is gevoelig voor maat­schap­pe­lij­ke onrust’.

Want het probleem is overal. Als u deze column op de website van De Standaard leest, lopen er trackers op kou­sen­voe­ten door uw elek­tro­ni­ca. Zij geven door wat u hier doet en die infor­ma­tie kan elders op het internet weer gekoppeld worden aan gegevens die eerder over u verzameld werden. Want uw dossier ligt klaar, ook als u nooit een Facebook­account had of als u weinig op Facebook doet. Facebook is slechts een pijnlijk symptoom van een breder probleem en ermee stoppen is als een pijn­stil­ler slikken, terwijl je been geam­pu­teerd moet worden: een hele opluch­ting, maar het onder­lig­gen­de probleem wordt niet opgelost.

Want tenzij we zelf een mast optrekken of een glas­ve­zel­ka­bel leggen, zijn we digitaal over­ge­le­verd aan bij­voor­beeld Telenet, dat per­soons­ge­ge­vens mag ver­han­de­len aan ‘ven­noot­schap­pen die met Telenet een contract voor levering van diensten hebben afge­slo­ten’. Onder die per­soons­ge­ge­vens vallen ook factuur‐ en beta­lings­ge­ge­vens, leef‐ en con­sump­tie­ge­woon­ten en loca­tie­ge­ge­vens.

In januari 2018 gebruikte 89 procent van de Belgen internet en sinds een jaar geleden de eerste berichten over de lepe truken van Cambridge Analytics ver­sche­nen, kwamen er in België 600.000 nieuwe soci­a­le­me­dia­ge­brui­kers bij die allemaal met open ogen in het kleverige web van de sur­veil­lan­ce­cul­tuur vliegen.

Vorige week stemde ik als Neder­lands staats­bur­ger in een refe­ren­dum tegen de nieuwe wet op de inlichtingen‐ en vei­lig­heids­dien­sten, want de wet moet beter. De tegen­stem­mers vormden een nipte meer­der­heid, en dat was hoop­ge­vend, maar het politieke landschap zit tegen en dat is gevaar­lijk. Want de macht ligt in Nederland en België vooral bij rechts geo­ri­ën­teer­de macht­heb­bers voor wie de gluur­cul­tuur een geheide politieke hit is en die weinig belang hebben bij begren­zing. Het is zowel finan­ci­eel als elec­to­raal winst­ge­vend om een web te spinnen rond mensen met een half­bak­ken houding.

Deze column verscheen op woensdag 28 maart 2018 in De Standaard.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.