Stukjes in het wild

Gevangen in gemengde gevoelens

‘Wij willen hier eigenlijk allemaal weg, maar we zitten gevangen in de gemengde gevoelens.’ Deze zin schreef ik op de Facebook-post van Tjitske Jansen waarin ze aangaf met gemengde gevoelens weer terug te zijn op de duivelse net­werk­si­te. En jongens toch, wat meen ik dat. Gemengde gevoelens all over the place.

Hier, op dit weblog, heb ik dat niet. Hier ben ik vrij. Mijn eigen url, mijn eigen naam, geen gemengde gevoelens, geen twijfels, geen afhan­ke­lijk­heid, maar ook niet veel airplay. Tenzij ik die airplay ga halen door mijn stukjes te pluggen op (jawel!) Twitter en Facebook. Maar tien keer raden wat dat oplevert? Juist: gemengde gevoelens.

Ver­vloch­ten en ver­gif­tigd

Ik doe het nog steeds, mijn ziel verkopen aan net­werk­si­tes. Ik zit op allemaal: Twitter, Facebook, Linkedin, Instagram, omdat ik mijn geld verdien met zichtbaar zijn. Meer dan de helft van mijn inkomen vergaar ik dankzij mensen die ik heb ontmoet op het internet en 100 procent van die helft is bij mij gekomen dankzij een van de evil net­werk­si­tes. Bovendien kunnen mensen mij vinden in zoek­ma­chi­nes, omdat ik geen al te slechte SEO-score heb door de aanloop via, uhuh, sociale media. Alles is ver­vloch­ten, alles is ver­gif­tigd, alles is voorgoed verpest.

Ik weet nog hoe ik in 2006, de pre­fab­we­blogsite punt.nl verliet. Ik wilde vrij zijn, zonder juk, zonder belem­me­rin­gen, zonder guilt by asso­ci­a­ti­on. Ik claimde de url zezunja.nl en hoopte dat ik het zonder punt.nl zou redden, want daar had ik dankzij de voor­pa­gi­na, waarop nieuwe en populaire berichten gepusht werden, vrij veel aanloop. Het moest nog maar blijken of die constante stroom bezoekers op mijn eigen stekkie aan zou houden. En inderdaad: in eerste instantie daalde de aanwas, waardoor ik beter mijn best moest doen, meer weblogvrien­den moest maken en meer reclame moest maken voor RSS, de software die mensen op de hoogte hield van nieuwe berichten. God­zij­dank lukte dat, omdat de blogwe­reld destijds nog best innig ver­vloch­ten was, omdat inter­net­strui­ners nog niet vies waren van wat RSS en omdat er op internet sowieso nog niet zo superveel te doen was. Om je een idee te geven: kranten hadden vaak alleen nog hun con­tact­ge­ge­vens op hun site staan.

Small talk aan statafels

Maar als ik nu diezelfde stap zou zetten, terug naar totale onaf­han­ke­lijk­heid, dan zou ik moeten hopen op wat inschrij­vers op mijn e‑mailnieuwsbrief en ik zou mijn stukjes SEO-vriendelijk moeten maken. Terwijl iedereen die iets weet van SEO kan zien dat mijn stukjes in het wild alles­be­hal­ve SEO-vriendelijk zijn, en dat is precies de charme van die stukjes. Verder zou ik voortaan de deur uit moeten, real-life netwerken, en voordat ik dan zoveel mensen heb bereikt als nu via sociale media, ben ik uren en uren bezig met dingen waar ik niet zo van hou: kof­fie­drin­ken met vreemden en small talk aan statafels.

Kortom: ik ben gevangen in gemengde gevoelens. Voor mij zou het best goed zijn om paal en perk te stellen aan mijn tijds­in­ves­te­ring in alles wat het internet zo lelijk kan maken, maar tege­lij­ker­tijd is deze vrij­wil­li­ge gevan­gen­schap ook een inves­te­ring in wat mijn leven zo mooi maakt: mijn werk als schrijver en schrijf­coach en mijn o zo gekoes­ter­de zelf­stan­dig­heid.

O ja, en nu jullie hier toch zijn: vanaf januari heb ik weer plaats voor auteurs die willen leren schrijven. Wil je een boek schrijven? Opi­nie­stuk­ken? Columns of ach­ter­grond­ver­ha­len? Meld je dan aan voor een per­soon­lij­ke coaching. Of begin met de online cursus Hoe begin ik met schrijven?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.