Het ligt ook aan die fucking tofoe

Al jaren probeer ik tofoe te beheersen. Omdat ik het handig vind, zo’n brok eiwitten die je eender welk smaakje kunt geven, omdat het goedkoop is en omdat ik het niet uit zou kunnen staan als het me niet zou lukken om er iets lekkers van te maken.

Doorgaans ging het niet zo voorspoedig, vermoedelijk meestal door mijn eigen toedoen, ik ben een grillige kok. Ervaren, gedreven en met duidelijke ideeën over hoe iets zou moeten smaken, maar ook ongeduldig, overmoedig en nonchalant. Die combinatie leidt 90 procent van de tijd tot succesvolle experimenten, maar tofoe zit op de een of andere manier altijd in die 10 procent smerige maaltijden die ik ons voorschotel.

Mijn geschiedenis met tofoe zou je ook grillig kunnen noemen. De allereerste keer dat ik tofoe at, was op de lagere school. Ik bleef eten bij een jongetje uit de klas dat reformwinkelouders had en we kregen droge rijst, groene slierten, enorme witte blokken tofoe, en daar dan een heel bord van. De tijd die verstreek tussen mijn eerste brok tofoe en de bodem van dat bord herinner ik me nu nog.

In de jaren erna kreeg ik tofoe in verschillende verschijningsvormen aangeboden en soms was dat een groot succes, zoals de keren dat ik het als tiener en twintiger at bij mijn beste vriendin die als kokkin in een vegetarisch restaurant werkte, of de Aziatische versies die je kreeg in de eettentjes op de Albert Cuyp, maar even zo vaak zat ik weer te staren naar die rubberen kubussen waar ik zo van walgde.

Zelf waagde ik me een paar keer aan tofoe, maar de memorabele maaltijden waren op een halve hand te tellen. Stukje bij beetje ontwikkelde ik een soort tofoe-angst, waardoor ik er gewoon maar niet meer aan begon. Bekijk het maar met je klotetofoe.

Tot ik een paar jaar geleden het boek Plenty cadeau kreeg en er de tofoe met zwarte peper uit maakte. (hier vind je het recept) Mijnheer Ottolenghi noemt het een snel recept, terwijl je je ongans snijdt aan sjalotjes en lenteuitjes, en vervolgens moet je ook nog eens de tofoe in kleine porties bakken, maar dat mag de pret niet drukken. Het is hoe dan ook heel erg lekker. Waarschijnlijk omdat je met de maizena de gummy blokjes tot fastfood verheft, maar door al die sojasauzen smaakt het toch niet snackbarachtig. Overigens is dat ook een nadeel van dit gerecht: de sojasauzen kosten een reis naar de exotische supermarkt en een rib uit je lijf. Maar goed, dan heb je ook wat.

De laatste jaren maak ik dus deze tofoeschotel en het gemiddelde van aanvaardbare tofoemaaltijden is met dit recept substantieel toegenomen. Maar steeds hetzelfde gerecht bereiden, is natuurlijk ook een beetje valsspelen. Dus zette ik weer al mijn poet op Yotam en ik maakte ‘tofoe met haricots verts en craimehsaus’ uit Simpel. (het recept vind je hier) Het was veel goedkoper, kostte veel minder snijwerk en er kwamen minder omslachtige taakjes aan te pas, dus al tijdens de voorbereiding juichte ik; mijn vertrouwen in de combinatie Ottolenghi en tofoe was op het randje van onredelijk.

En dat bleek. Het zag er wél geweldig uit, al zeg ik het zelf. Helemaal niet dat bord met ziekelijk uitziende brokken, meer iets zoals op de foto hierboven. Maar de smaak was ronduit teleurstellend. Het zal vast aan mij liggen. Ik hou niet zo van limoen als dragende smaak, ik ben te ongeduldig om de tofoe echt góed droog te deppen en ik heb nu eenmaal een verleden met sojabrokken dat ik niet zomaar van me afschud, maar het ligt niet alleen aan mij. Het ligt ook aan die fucking tofoe. ‘s Avonds zei ik tegen Wannes: ‘Het ruikt gelukkig wel alsof we lekker gegeten hebben.’ Daar hou ik me voortaan maar aan vast.

28 februari 2019 | 6 reacties

«

»

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

6 Reacties
  1. Maarten 28 februari 2019

    Even een reactie uit het niets om te zeggen dat ik erg blij ben met deze weblog en de mooie stukjes. Al vanaf bloglines, via google reader, naar feedly, neem ik elke keer al mijn rss-feeds mee. Dit is volgens mij de een van de enige twee ouderwetse “dit heb ik pas meegemaakt”-weblogs waar nog daadwerkelijk stukjes verschijnen.

    Ik vind het heel erg leuk dat dit er nog is.

  2. Auteur
    maartje 28 februari 2019

    Dit is de leukste reactie van vandaag. Nu al! En de dag duurt nog zo lang! Dank je wel!

  3. Kleine Atlas 3 maart 2019

    Ik snap je.
    Vanaf waarom je wel wilt, tot wat er allemaal misloopt.

    Tot ik ingehaald werd door Ka, een kleuter, die het lekker vond. Sindsdien behandel ik het redelijk casual. Ik vind nog altijd dat dit ingedriënt veel te lastig is om het hoofdbestanddeel van de maaltijd te vormen, maar om erbij te eten vind ik het nu wel lekkerder.

  4. Kleine Atlas 3 maart 2019

    ingrediënt, moest dat uiteraard zijn. Vreemd woord hoor.

  5. D. 9 maart 2019

    OMG hahaha zo herkenbaar! Ik probeer al tijden “crunchy tofu” te maken. En heb het nu maar opgegeven.

  6. pieke 15 maart 2019

    ik heb 1 succes recept met tofu, waar mijn kinderen zelfs om juichen als we dat eten.

    wilde het net even voor je googelen, maar kan het op het www zo niet vinden. ik denk dat het uit ‘heel veel veg’ komt.

    gaat ongeveer zo: bakplaat vol stukjes broccoli en tofu in hele hete oven, tot er bruine randjes komen.
    als het uit de oven komt er een sausje over scheppen van olie, miso, (rijst)azijn, fijngeraspte knoflook en een fijngesneden rode peper (allemaal samen ongeveer een kleine cup voor een hele bakplaat)

© 2020 Maartje Luif & KLEO, met dank aan Wannes Daemen • Leveringsvoorwaarden

Stuur een mailtje

Wil je meer informatie of heb je vragen? Mail mij!

Wordt verstuurd

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?