Het servies van oma Prikkel

Elke dag als ik aan tafel ga, word ik verteerd door schuldgevoel. Dat zit zo: ik heb het servies van oma Prikkel. Een prachtig servies, ergens in de vorige eeuw gemaakt in een Tsjechische porseleinfabriek en to-taal niet bedoeld voor de afwasmachine. Nu mogen jullie raden waar dit verhaal naartoe gaat.

Maar laat ik bij het begin beginnen.

Mijn overgrootmoeder heette ook Maartje en ze werd geboren in 1898 in Andijk, een dorp in de kop van Noord-Holland aan het IJsselmeer. Ze was de moeder van de moeder van mijn moeder en hoewel ze ook Maartje heette, noemde ik haar oma Prikkel, naar de achternaam van haar echtgenoot. Omdat ze pas overleed toen ik al een tiener was, heb ik haar goed gekend, en ik pronkte graag met haar omdat een oma uit de negentiende eeuw een goed verhaal was.
Mijn band met oma Prikkel was perfect, omdat ze op steenworp afstand van mijn opa en oma woonde, waardoor ik in vakanties regelmatig op de step op en neer ging om bij oma Prikkel wat lekkers te bietsen. Inmiddels is niet alleen oma Prikkel overleden, maar ook mijn grootouders zijn er niet meer, en de erfstukken uit de familie vinden langzaam hun weg naar andere generaties. Zo ook het servies van oma Prikkel.

Het servies van oma Prikkel was een servies dat sinds de eerste helft van de vorige eeuw had gediend als feestservies. Ze haalde het alleen tevoorschijn bij feesten of partijen en verder koesterde ze het in een kast. Voor mijn overgrootouders was het een waardevol bezit.

Erfenis

Mijn moeder waakte jarenlang over het servies van oma Prikkel tot ze aan het opruimen sloeg en ermee begon te leuren. Niemand in de familie wilde het uitgebreide servies hebben, behalve ik. Maar, zei ik, alléén als het in de afwasmachine kan. Ik ga niet zelf afwassen, hoe mooi ik het ook vind. En daar doemde een probleem op: niemand wist of het vaatwasbestendig zou zijn. We vermoedden van niet, dus hield ik de boot af, waardoor mijn moeder bleef zitten met het servies. Ze informeerde bij antiquairs of die iets zagen in het servies, maar die wilden het alleen in porties aannemen. Dat zou beteken dat mijn moeder een deel van het servies kwijt zou raken, maar zou blijven zitten met de schalen, of de kopjes, of met de schalen én de kopjes. En het was al moeilijk om van een heel servies af te komen, het zou vermoedelijk nog moeilijker worden om van een incompleet servies af te komen. Dus vroeg ze nog eens: Maart, wil jij niet tóch dat servies van oma Prikkel? Jawel, zei ik, maar alleen als ik jullie uitdrukkelijke toestemming heb om het in de afwasmachine te doen. Oók als dat betekent dat het daardoor slijt. Die toestemming kreeg ik.

En boy, het sleet. De bordjes vertoonden binnen een paar weken vale plekken in het dessin, en binnen enkele maanden hoorde je, als je ze op tafel zette, een geluid dat onzichtbare scheuren verried. Vermoedelijk kwam er water in het porselein.

Versleten bordjes

Vorig jaar kreeg ik het servies en ik was er een paar weken heel blij mee. Elke keer dat ik het op tafel zette, dacht ik aan oma Prikkel en aan het gevoel dat zij gehad moest hebben als ze het op tafel zette om iets te vieren. Ik probeerde me in te beelden hoe waardevol het voor haar was en hoe mooi ze het vond, zo in de jaren stillekes. Tot ik de sporen van de afwasmachine zag en mijn fantasietjes pijn begonnen te doen. Bij elk haperingetje in het zilveren randje, bij elke verkleuring van de roodoranje bloemetjes moest ik denken aan de trotse bezitters in de jaren vijftig van de vorige eeuw, die het misschien wel hadden gekregen bij hun huwelijk in de jaren twintig. Even overwoog ik het direct weer in de kast te zetten. Maar voor wie? Voor mijn niet-bestaande kinderen? Voor andere familie? Ook al had niemand er belangstelling voor? Dus ik probeerde niet te letten op mijn schuldgevoel en bleef het gebruiken.

Gehavend servies.

Wat ik belangrijk vond, was dat ik er met mijn ouders van zou kunnen eten voor het motiefje voorgoed was verdwenen. Maar door allerlei ziek en zeer kwamen mijn ouders dit voorjaar niet logeren, dus de hele zomer kampte ik met een aan wanhoop grenzend schuldgevoel van het kaliber: nog één wasbeurt en mijn ouders zullen het moeten doen met een handvol gebroken borden die nog slechts in de verte lijken op het servies van oma Prikkel.

Vorige week kwamen ze eindelijk. Ik zette de versleten bordjes op tafel met duizend excuses en een onverwacht gevoel van gelatenheid en overgave. Oké, de bordjes waren reddeloos verloren. Maar mijn ouders hadden er bij mij van gegeten, de schalen en de botervloot gingen gelukkig langer mee en ik had zelden zoveel bekommernis gevoeld om een servies. En dat is ook wat waard.

De botervloot.

30 oktober 2019 | 3 reacties

«

»

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

3 Reacties
  1. Anoniem 29 november 2019

    Mijn schoonouders vragen me ook af en toe of we niet iets moeten hebben als ze opruimen. Maar hun smaak van meubels vroeger (massief, donker, log)…is zo anders dan wat we nu kiezen en plaatsen in ons huis. En eigenlijk is dat wel schrijnend want ik denk dat ze het ooit kochten en er veel voor betaalden “om het later te kunnen doorgeven.” en nu doen ze er niemand een plezier mee. En dan voel ik me ook schuldig om nee te zeggen. maar nee, echt ik krijg hun oude kasten hier niet in mijn hoofd en ik wil ze ook echt niet.

  2. Goofball 29 november 2019

    dat hierboven was ik…gegevens niet ingevuld

  3. Auteur
    maartje 1 december 2019

    O ja, dat ken ik ook, dat je nee zegt tegen iets dat voor je ouders, grootouders of andere familieleden heel waardevol was/is. Moeilijk! Dit servies vond ik gelukkig wel leuk. Juist omdat het voor zo’n ouderwets bloemetjesservies best subtiel is, en door de art deco-elementjes.

© 2020 Maartje Luif & KLEO, met dank aan Wannes Daemen • Leveringsvoorwaarden

Stuur een mailtje

Wil je meer informatie of heb je vragen? Mail mij!

Wordt verstuurd

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?