Stukjes in het wild

Zie­len­rust

1.

Op Twitter zit ik me dagelijks druk te maken over de beeld­vor­ming in reguliere media en op sociale media. Te weinig mensen nemen mijns inziens hun ver­ant­woor­de­lijk­heid als het gaat om de giftige cultuur van leugens en haat die momenteel het internet en de politieke fora beheerst. Gisteren heb ik me moeten inhouden toen heel Vlaan­de­ren ging #twee­ten­zo­als­Theo. De memes ver­spreid­den zich als een olievlek, ook onder mensen die best zouden kunnen weten wat het probleem is met memes maken over nieuw-extreem-rechts.
Nieuw-rechts leunt op een sterke meme-cultuur. Daarom is het zo riskant om hun boodschap in ludieke beelden bela­che­lijk te maken, je versterkt alleen maar hun pro­pa­gan­da­metho­de. Vooral in Vlaan­de­ren, dat zichzelf al jaren geleden op twee nati­o­na­lis­ti­sche rege­rin­gen trak­teer­de, lijken ver­stan­di­ge mensen niet door te hebben wat hun gegin­ne­gap voor effect heeft op de popu­la­ri­teit van het extreem-rechtste gedach­te­goed. Ik zie wel­den­ken­de mensen zichzelf elke dag opnieuw grappig vinden omdat ze de nati­o­na­lis­ten weer zo gevat te kakken hebben gezet, terwijl die nati­o­na­lis­ten lekker ach­ter­over kunnen leunen omdat anderen hun publi­ci­teit verzorgen. Moe­de­loos­ma­kend.

2.

De pim­pel­me­zen hebben eieren. Dat weet ik niet zeker, omdat ik ze a. niet durf te storen en omdat b. het deurtje van de mezenkast aan de ach­ter­kant zit en dus niet open kan tot de eitjes zijn uit­ge­vlo­gen. Niettemin durf ik te beweren dat er eitjes zijn, want er wordt geen nest­ma­te­ri­aal meer aan­ge­sleept, terwijl er wel veel bedrij­vig­heid is en het mannetje alleen maar zit te schelden op het terras. Omdat dit al twee jaar vaste prik is, broedende pim­pel­me­zen in de nestkast in onze ach­ter­tuin, weet ik dat het nu een beetje gokken wordt: wanneer hebben ze het eerste ei gelegd? Wanneer komt het eerste ei uit? Wanneer vliegen de vogeltjes uit? Toch heb ik goede hoop dat ik het uit­vlie­gen zal meemaken, want dat is al twee jaar gelukt en daardoor weet ik inmiddels zeker dat ik de uit­vliegroep van de ouders zal herkennen. Mijn uit­vlie­gin­tu­ï­tie is bijna net zo goed als die van de ekster die twee jaar geleden op die manier een stevig maal voor zijn jongen uit de lucht plukte. Kijk hier naar het filmpje.

3.

Begin vorig jaar bedacht linguïst George Lakoff de Truth Sandwich als methode om te berichten over leugens die verspreid worden. Lakoff schreef:

Het is tijd voor de Truth Sandwich. Ik stel voor dat ver­slag­ge­vers en redac­teu­ren deze methode gebruiken wanneer ze over leugens berichten.
Zorg ervoor dat je eerst de waarheid framet, want de eerste framing heeft een voor­sprong. Als je de leugen eerst vermeldt, zal de leugen winnen. Begin dus met de waarheid.
Signaleer ver­vol­gens de leugen en het feit dat de leugenaar ervoor kiest die te ver­sprei­den. Het is belang­rijk dat mensen weten dat de leugenaar ervoor kiest om te liegen. Als je mensen daarover kunt infor­me­ren zonder de initiële woorden uit de leugen nog eens te herhalen, des te beter.
Daarna keer je direct terug naar de waarheid. Zorg ervoor dat over de waarheid altijd meer wordt bericht dan over de leugen.

Ik zou zo opgelucht zijn als dit een gewoonte zou worden voor jour­na­lis­ten, zodat ik dit soort gesprek­ken niet meer hoef te voeren.

4.

Als ik naar huis bel zijn er mensen dood. Zo gaat dat als je niet meer in de buurt bent, dan gaan de mensen dood door de telefoon en in je hoofd, niet in het echt. Mijn con­nec­ties houden me redelijk goed op de hoogte, maar toch kan mijn verleden gro­ten­deels sterven zonder dat ik er veel van merk en dan zijn de doden dus niet echt dood en van de levenden weet je het nooit echt zeker. Bij mijn vertrek naar België riep ik bezwerend dat het helemaal niet ver was, dat er geen enkele reden was om elkaar niet meer te zien, dat ik nog heel vaak terug zou komen. Ik heb dat ook een paar jaar vol­ge­hou­den: veel op en neer, proberen alles daar nog gewoon te doen, proberen om mijn Neder­land­se leven nog even belang­rijk te vinden. En toen ineens was ik doodop. Vermoeid van het op twee benen hinken en iedereen in alle landen even belang­rijk maken. Ik besloot me terug te plooien op waar ik woonde, op de nabijheid. Helaas kan ik niet zeggen dat dat de nodige zie­len­rust heeft opge­le­verd, en de pijnlijke vraag is of er al erg veel nieuwe mensen zijn van wie ik het in de gaten zal hebben als ze doodgaan, maar een ding is wel gelukt: ik ben wat minder moe.

5.

Voor het nieuwe jaar ben ik cursussen aan het bedenken die ik kan geven in mijn eigen woonkamer. Ik heb daar twee grote kan­ti­ne­ta­fels gezet om wat te kunnen knutselen, maar toen ik eraan ging zitten, wist ik direct weer waar ik die tafels van kende: de School voor Jour­na­lis­tiek. Ik voelde me pardoes weer die docent die als enige in het gezel­schap zo’n maag­de­lijk witte tafel voor zichzelf had. En hoewel ik de tafels juist had aan­ge­schaft om een lekker groot meu­bel­stuk te hebben dat niet als werk voelde, vond ik het toch leuk weer eens die docent te zijn met die maag­de­lijk witte tafel waaraan van alles kan gebeuren. Dus besloot ik die tafels ook te gaan gebruiken voor cursussen. Mocht je willen leren schrijven aan mijn maag­de­lijk witte tafels (fictie, non-fictie, jour­na­lis­tiek) vertel me dan welke cursus je zou willen en in welke vorm. Misschien kan ik er rekening mee houden.

6.

Vorig jaar zijn Wannes en ik twee keer eerder van vakantie terug­ge­keerd. Een keer omdat we het koud hadden en een keer omdat een naaste vermist raakte en de lol er toen wel af was. Eigenlijk vinden we vakantie momenteel te veel gedoe en we hebben na het rotjaar vorig jaar vooral behoefte aan geen gedoe, maar we weten ook dat even weggaan uit je omgeving een ander soort rust biedt. Juist als thuis­wer­ken­de zelf­stan­di­gen, die 24/7 in dezelfde context leven, kan dat soort rust hard nodig zijn. Dus we gaan weg. Een dag of acht slechts, maar toch. En elke keer als ik voorpret ervaar, vind ik het weer jammer dat het leven mij zo vaak tot geza­pig­heid dwingt, want voorpret voor geza­pig­heid is toch iets minder intens dan wat ik nu voel: de illusie dat er van alles kan gebeuren.

Eén reactie

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.