Columns

Met veel plezier schrijf en schreef ik columns voor allerlei opdrachtgevers, waaronder Radio 1, VPRO en De Standaard.

  • Columns

    Seksisme is meer dan vuil­bek­ke­rij

    De Neder­land­se stichting CPNB die namens de boe­ken­sec­tor het Neder­land­se boek promoot, ligt onder vuur nadat ze vorige week het thema en de auteur van het boe­ken­week­es­say van 2019 had onthuld (DS 19 juni): een man zal schrijven over het thema De moeder de vrouw. Twee­hon­derd boe­ken­vak­kers trokken na dit bericht hun wenk­brau­wen op en besloten een open brief te schrijven waarin ze vragen waarom er anno 2018 gekozen is voor een thema waarbij de vrouw ver­een­zel­vigd wordt met de moeder én waarom voor beide boe­ken­week­uit­ga­ven een man de gelukkige is. Want niet alleen het boe­ken­week­es­say wordt door een man geschre­ven, eerder dit jaar werd bekend dat ook het boe­ken­week­ge­schenk aan een man is toe­be­deeld. De CPNB beant­woord­de de brief in de vorm van een stapeltje drog­re­de­nen. Het excuus dat de stichting aanbiedt, is van het kaliber dat doorgaans komt van mensen die eigenlijk vinden dat ze niets verkeerd hebben gedaan. Geen ‘sorry dat ik dit heb gedaan’, maar ‘sorry dat je me verkeerd begreep’. De CPNB schrijft: ‘Dat over het thema zo’n groot mis­ver­stand is ontstaan spijt ons zeer.’ Het pers­be­richt vervolgt direct: ‘Het idee van de moeder de vrouw aan het aanrecht is nooit het beeld geweest dat…

  • Columns

    Wie wil er nu geen vaginale eigen­waar­de?

    Als kleuter vond ik het fan­tas­tisch hoe mijn benen, als ik op de wc‐bril ging zitten, twee keer zo breed werden. Met duim en wijs­vin­ger mat ik ze: ja hoor, twee keer zo breed. En als ik ze plat drukte, zelfs drie keer. Won­der­lijk! Die ver­won­de­ring duurde een paar zalige jaren, tot ik doorkreeg dat vrou­wen­be­nen helemaal niet breed hoorden te zijn. Ik was een jaar of tien toen het moment aanbrak dat ik me in de een­zaam­heid van het kleine kamertje zat te schamen voor mijn brede benen, zozeer dat ik soms al plassend mijn spieren aanspande om mijn slanke benen ook zittend te behouden. ‘Er is een mil­jar­den­bu­si­ness gebouwd op de onze­ker­heid van jonge meisjes’, zei Bieke Purnelle van Rosa, het ken­nis­cen­trum voor gender en feminisme, gisteren in deze krant (DS 5 juni). Ze reageerde op het bericht dat in 2016 de helft meer ‘schaam­lip­cor­rec­ties’ werden uit­ge­voerd dan in het jaar daarvoor (DS 4 juni). Haar duiding is een belang­rij­ke aan­vul­ling op de ver­kla­ring die de onder­zoe­kers mee­s­tuur­den voor de explo­sie­ve toename van zulke operaties: de por­no­fi­ca­tie van de samen­le­ving. De ‘por­no­fi­ca­tie van de samen­le­ving’ is een fijne schuldige om aan te wijzen, want zo heeft niemand het gedaan.…

  • Columns

    Imaginary friends Meghan en Harry

    Een van mijn vrienden gelooft in bui­ten­aard­se wezens. Er is er ook een die gelooft in Messi, eentje gelooft in Allah, nog een ander in Pascale Naessens. Ik heb ook een vriend die zweert bij home­o­pa­thie, eentje die gelooft dat er ‘iets’ is, en dit weekend kwam ik erachter dat onver­wacht veel mensen in mijn omgeving geloven in een bruids­jurk ter waarde van een gezins­wo­ning. Dat mijn vrienden kri­tiek­loos sprookjes bin­nen­le­pe­len, kan ik aan­vaar­den. Ik zal hun logica bestrij­den, mochten ze erover willen praten, ik zal hun toe­wij­ding een betere zaak waardig achten, en ik zal betwij­fe­len of hun over­tui­ging de wereld veel goeds zal brengen. Maar ik zal ook hun verlangen naar een gerust­stel­lend verhaal accep­te­ren zoals ik het weer aanvaard: soms regent het nu eenmaal. Sommige mensen voelen zich geborgen bij schijn­ver­to­nin­gen van divers allooi en een deel van die mensen hing zaterdag betoverd voor de buis. Van mij mag het allemaal, geloof in sprookjes zoveel je wilt, als je er een ander maar niet mee schaadt. En dat is waar de schoen wringt. Want de over­dre­ven hoe­veel­heid tijd, geld en middelen die dit weekend wereld­wijd in het huwelijk van de Britse prins Harry en zijn verloofde Meghan…

  • Columns

    De Titanic en het Noord­sta­ti­on

    Eerst hoopte ik nog dat ik Wim De Vilder verkeerd had verstaan in de ­bericht­ge­ving rond de toestand aan het Brusselse Noord­sta­ti­on, waar minstens honderd mensen al enkele weken onder erbar­me­lij­ke omstan­dig­he­den hun dagen door­bren­gen. ‘CD&V wil overleg met de Brusselse regering en wijst erop dat er ook vrouwen, kinderen en zieke migranten aan het Noord­sta­ti­on ver­blij­ven’, zei de nieuws­le­zer in Het journaal van vrijdag 4 mei. Vrouwen, kinderen en zieke migranten? Nee, dat had ik vast verkeerd begrepen. Maar nadat ik het item nog eens had bekeken, moest ik vast­stel­len dat het er inderdaad op leek dat CD&V het oude adagium ‘vrouwen en kinderen eerst’ had opge­poetst om in een regering die het probleem aan het Noord­sta­ti­on ‘een hygi­ë­ne­pro­bleem’ noemt, toch nog enige barm­har­tig­heid te veinzen. ‘Ik heb begrepen dat het gaat over daklozen, zieke mensen en moeders met kinderen,’ vertelde Kris Peeters. ‘Dat is een wat andere groep dan alleen de trans­mi­grant.’ Goed, dus er voltrekt zich een ramp en iemand begint te roepen: ‘Vrouwen en kinderen eerst!’ Waar kennen we dat van? O ja, uit verhalen over scheeps­ram­pen. Titanic, Leonardo DiCaprio en Kate Winslet. Verhalen die veelal over­ge­ro­man­ti­seerd zijn, een uit­zon­de­ring zelfs als we de onder­zoe­kers mogen…

  • Columns

    Slecht is de norm

    De borstel van de stoffer en blik was stuk. Het handvat lag in tweeën, omdat ik dacht dat ik een vast­ge­koekt restje vie­zig­heid wel even weg kon schrobben met het harde randje voor aan de veger. Het was al de derde keer dat ik het handvat van zo’n plastic borstel brak, wat te denken geeft over mijn aanpak van vast­ge­koek­te restjes, maar ook over de kwaliteit van het handvat. Weemoedig dacht ik terug aan vroeger, toen een blik nog van blik was en een veger van hout. Met een beetje dis­ci­pli­ne ging zo’n setje een half leven mee. Ik vroeg me af waar je als bewuste consument nog een degelijke, duurzame stoffer en blik kon kopen en sloeg aan het googelen. Al klikkend rea­li­seer­de ik me wat ik aan het doen was: ik research­te de ingre­di­ën­ten van een stoffer en blik om te voorkomen dat ik bijdroeg aan ver­spil­ling en het liefst ook aan misbruik, ver­gif­ti­ging en ont­heem­ding. Terwijl het natuur­lijk veel logischer zou zijn als dit de norm was: dat grond­stof­fen zorg­vul­dig gebruikt worden en dat niemand ziek of arm wordt door mijn behoefte aan poets­ge­rief. Het zou pas kloppen als ik als een ware gangster moeite zou moeten…

  • Columns

    De gluur­cul­tuur is een hit

    Een jaar of twintig geleden begon ik een klan­ten­kaar­ten­car­rou­sel. Met een stel vrienden ruilde ik klan­ten­kaar­ten in de hoop dat ons win­kel­pro­fiel een rommeltje zou worden en de super­markt zou denken dat de veer­tig­ja­ri­ge man in ons gezel­schap tampons en make‐up aan­schaf­te, terwijl de student budget had voor een dagelijks biefstuk. We hoopten een stok in de spaken van het systeem te steken en hoewel het goed­be­doeld was, is het een schit­te­rend voorbeeld van de half­bak­ken houding die velen van ons aan­nemen als het om per­soons­ge­ge­vens gaat. We wilden niet meewerken aan listige mar­ke­ting­trucs, maar we wilden wel korting. Het was een klein protest tegen een steeds groter wordend probleem: de handel in per­soons­ge­ge­vens die voor­spel­len wat ervoor nodig is om ons onze ziel te laten verkopen. ‘Een spin­nen­web waarvan we nau­we­lijks door­heb­ben dat we erin zitten’, zo beschreef tech­no­so­ci­o­loog Zeynep Tufekci de ver­lei­dings­tech­no­lo­gie die ons omringt vorig jaar in een TED Talk. Ze ver­ge­lijkt onze online omgeving met het snoeprek bij de kassa van de super­markt: het valt niet op dat het er staat, we nemen het niet eens serieus als ver­lei­dings­tech­niek, maar uit de omzet­cij­fers blijkt dat het werkt. Volgens Tufekci is onze online omgeving volledig opge­trok­ken uit…

  • Columns

    Willekeur is een neer­waart­se spiraal

    Goed nieuws: maar liefst 37 procent van de Belgen heeft voldoende finan­ci­ë­le kennis en vertoont over het algemeen ver­stan­dig finan­ci­eel gedrag. Daarmee zit België boven het Europese gemid­del­de, dat is een applaus waard. Het slechte nieuws is dat ruim ­zeven miljoen Belgen óf weinig van geldzaken begrijpen, óf onvol­doen­de finan­ci­eel bewust­zijn aan de dag leggen, óf te weinig anti­ci­pe­ren op de toekomst. Bij 5 procent van de bevolking is het een com­bi­na­tie van die factoren, dat zijn de ‘finan­ci­eel anal­fa­be­ten’ (DS 12 maart). Bij tijd en wijle hoor ik ook bij die groep anal­fa­be­ten. Want hoewel ik als hoog­op­ge­lei­de redelijk serieus met mijn geld omga, ben ik vaak radeloos als ik probeer chocola te maken van mijn reke­nin­gen, als ik de duistere regels van het zelf­stan­di­gen­be­staan wil door­gron­den of als ik nadenk over hoe ik mens‐, dier‐ en mili­eu­vrien­de­lijk kan con­su­me­ren en toch een zekere spaar­zaam­heid kan betrach­ten. Ondanks mijn harde werk is mijn inkomen slechts een krets hoger dan de armoe­de­grens, maar ik kom wel rond, op het nippertje. Het zou goed zijn als ik mijn situatie zou kunnen ver­be­te­ren, of als ik me beter zou voor­be­rei­den op slechtere tijden, maar het is twij­fel­ach­tig of me dat zal lukken. Ik maak…

  • Columns

    Digitale tolweg

    Wie het internet vandaag nog ‘de digitale snelweg noemt’, verraadt zijn leeftijd. Deze metafoor uit de tijd dat we cyber­t­ech­no­lo­gie alleen konden bevatten als we het ver­ge­le­ken met een plak asfalt, is een zachte dood gestorven. Inmiddels heeft de dimensie van enen en nullen, hoe ongrijp­baar ook, geen metafoor meer nodig om waar­ach­tig te zijn. Toch zouden we er goed aan doen de toe­gangs­weg tot mensen en infor­ma­tie­bron­nen wat vaker te ver­ge­lij­ken met een openbare weg. Want er is steeds vaker geen andere route dan de digitale om infor­ma­tie te vergaren of in contact te blijven met mensen. Zelfs overheden dwingen ons geregeld om via een digitaal middel op de hoogte te blijven van hun wel en wee. Het internet is niet alleen ver­ge­lijk­baar met een asfaltweg, het heeft in veel gevallen de weg vervangen. Tot zover is er niet veel aan de hand. In plaats van mensen te ontmoeten en infor­ma­tie te halen in een gebouw verderop, wenden we ons tot een website waarop we duiding en contacten vinden, en de meesten van ons vinden dat heel handig. Het is veel sneller, er is meer aanbod en de con­nec­ties en infor­ma­tie zijn beter toe­gan­ke­lijk voor mensen die fysiek, mentaal,…

  • Columns

    Het venijn zit in het brein

    ‘Heb je al gereset?’ ‘Ja, natuur­lijk. Waarom doe je alsof ik dat zelf niet kan bedenken?’ ‘Ik doe niet alsof je het zelf niet kan bedenken, ik vraag het gewoon.’ Deze con­ver­sa­tie voeren mijn man en ik met enige regelmaat wanneer ik met een technisch probleem kamp en hij checkt of ik de meest voor de hand liggende oplos­sin­gen al heb gepro­beerd. Zelf maak ik me ook schuldig aan ongegrond wan­trou­wen. ‘Denk je er wel aan eerst het bed af te halen en dan pas te stof­zui­gen? En heb je de juiste maat vuil­nis­zak­ken bij je? Je kunt voor een pompoen trouwens beter de dun­schil­ler gebruiken.’ Dit soort dingen zeg ik vaker dan me lief is en ik kan mezelf niet uitstaan als ik me op die manier met hem bemoei. Want ik weet dat hij een ijverige poetser is en hij weet dat ik technisch mijn mannetje sta en toch zetten we elkaar weg als sukkels. Niet omdat we een relatie hebben waarin we elkaar met argwaan bejegenen, inte­gen­deel, we zijn nogal liefdevol in de omgang, maar omdat we opgroei­den in een tijd waarin vrouwen op keu­ken­trap­jes de ramen lapten en mannen slechts bij­droe­gen door het betref­fen­de keu­ken­trap­je uit…

  • Columns

    Waar kan ik heen?

    Mijn moeder zei het soms als ik zeurde om meer hagelslag op mijn boterham: ‘Als het je hier niet bevalt, ga je toch weg?’ Ze gaf me uiteraard niet echt de keuze om mijn tan­den­bor­stel en mijn teddybeer in te pakken, maar als ze geen zin had in de discussie, gebruikte ze het als machts­mid­del. Het was haar manier om duidelijk te maken dat ze de baas was. En hoewel mijn inner­lij­ke drift­kik­ker schreeuw­de ‘oké, dan ga ik wel!’, was de wer­ke­lijk­heid onver­bid­de­lijk, want waar moest ik heen? ‘Waar kan ik heen? Ik kan niet naar China,’ zong Het Goede Doel in diezelfde tijd en hoewel de vluchtnei­gin­gen van de tekst­schrij­vers wortelden in het No future-sentiment van begin jaren tachtig, was het ook een geschikte sound­track voor een negen­jarige die zat te mokken in haar kamer. ‘Is er leven op Pluto? Kun je dansen op de maan? Is er een plaats tussen de sterren waar ik heen kan gaan?’ Fast forward naar 23 jaar later. Ik twijfelde niet over België. Of misschien eventjes, omdat het niet niets is, ontslag nemen en je naasten verlaten, maar de twijfel was van korte duur. Er wachtte een liefde, er wachtte een leven, en het zou…

  • Columns

    Hoe Facebook ons vinkje wel krijgt

    ‘Het programma is gestopt. Wil je een fou­ten­rap­port versturen om ons te helpen het programma te ver­be­te­ren?’ De eerste keer dat ik die ­melding op mijn scherm kreeg, moet een jaar of twintig geleden geweest zijn. Ik vroeg me onge­twij­feld af wat de vraag te betekenen had. Moest ik op ‘verzenden’ klikken? Of juist niet? Wat was een fouten­rapport? Een regi­stra­tie van wat ik had gedaan? En wat hád ik eigenlijk gedaan? Was het intiem? Mochten ze het weten? Trouwens, hoe gingen ze dat dan ‘ver­sturen’? Op mijn thuis­com­pu­ter had ik nog geen internet, dus ik stelde me voor dat er ergens in het moe­der­bord een chip wachtte tot het internet voor par­ti­cu­lie­ren betaal­baar werd, om zodra ik eindelijk zou inbellen, een scheeps­la­ding com­pu­ter­kliks door te spelen aan iemand die daar god‐weet‐wat mee zou doen. Tege­lijkertijd klonk het wel goed, die ver­be­te­ring. Niets ple­zie­ri­ger dan dat het programma niet meer zou crashen, toch? Dus volgde ik een zwalk­s­tra­te­gie: soms koos ik voor ‘verzenden’, soms voor ‘bekijk het maar met je gespi­o­neer’. Toen ik in het jaar 2000 thuis internet kreeg, klikte ik steeds vaker op ‘niet verzenden’. De spi­o­na­ge­chip en de hotline zaten me niet ­lekker en mede dankzij een…

  • Columns

    Hulp­lij­nen bij de tafel van 28

    Maartje Luif ergert zich aan de kritiek op cyclus‐apps. We mogen ze inderdaad niet blind ver­trou­wen, maar ze helpen vrouwen wel om meer grip te krijgen op hun cyclus. In Zweden zouden 37 vrouwen zwanger zijn geworden ondanks het gebruik van de app Natural Cycles. Die had moeten voorkomen dat ze zwanger werden (DS 22 januari). Er werd in de ‘Des­al­niet­te­min’ mees­mui­lend over gedaan: dachten vrouwen echt dat een app hun vrucht­baar­heid zo nauwgezet kon voor­spel­len? Moesten big data voortaan onze leidraad worden bij het van bil gaan? Ook Ignaas Devisch zette in zijn column vraag­te­kens bij mobiele gezond­heids­tech­nie­ken (DS 23 januari). Het blinde ver­trou­wen van mensen in mobile health moet met argwaan worden bekeken en de over­be­vol­king zou met dit nieuwe snufje zeker niet worden bestreden. De vraag­te­kens over de kritiek­loze manier waarop een deel van de mensen gezond­heids­tech­no­lo­gie gebruikt, zijn uiteraard terecht. Maar de aan­lei­ding voor die kant­te­ke­nin­gen, een app die een vrouw helpt om inzicht te krijgen in haar cyclus, verried een enigszins man­ne­lij­ke blik. Juist in een tijd waarin weten­schap­pers steeds vaker erkennen dat de kennis van en het onderzoek naar vrou­wen­lij­ven ach­ter­blijft, en waarin je gezond­heid, car­ri­è­re­kan­sen en armoede niet los kunt zien van vrucht­baar­heid, is het emancipa­toire effect van een…

  • Columns

    Klagen, dat doen wij hier niet

    Zes jaar geleden werd ik horendol van mijn buur­hon­den die dag in dag uit alleen in de tuin zaten en blaften naar elk teken van leven dat zich aandiende: de wind, een vogel, een spin, een stem, een bel. Het lukte me niet meer me op mijn werk te con­cen­tre­ren en na een paar weken was ik compleet mesjokke. Met de buurman praten, bleek vruch­te­loos en na ampele over­we­gin­gen besloot ik de buren aan de andere kant te betrekken: samen sta je immers sterker. De buurvrouw in kwestie wist direct waarvoor ik kwam. ‘De honden! Het is vreselijk!’ Maar wie schetste mijn verbazing toen ze weigerde om samen met mij het gesprek met onze weder­zijd­se buurman aan te gaan, want ‘klagen, dat doen wij hier niet’. Ik stond perplex. Natuur­lijk kan ik allerlei redenen bedenken waarom je niet zou klagen: reper­cus­sies, een kosten‐batenanalyse, ver­le­gen­heid, een goed humeur, maar niet klagen ‘omdat wij hier niet klagen’, daar kon ik me weinig bij voor­stel­len. Om een lang verhaal kort te maken: niemand in de straat wilde een front vormen, mijn man en ik stonden er alleen voor, de hon­den­ei­ge­naar richtte zijn pijlen op ons en uit­ein­de­lijk blaften de honden én de buurman…

  • Columns,  Over natuur

    Enige wenken tegen doem­den­ken

    Stelt u het zich voor: aan het eind van het Journaal, na het weer­be­richt, komt er voortaan een psy­cho­loog in beeld die enkele tips geeft over hoe u kunt omgaan met het wereld­nieuws, met de problemen van deze tijd en de zaken waar u zich zorgen om maakt. Een soort humeur­be­richt, waardoor u niet over­span­nen raakt door het slechte nieuws dat u zojuist heeft moeten incas­se­ren. Het klinkt misschien vreemd, maar ik meen het serieus. In deze tijden van zenuw­slo­pen­de nieuws­stro­men blijkt uit steeds meer onder­zoe­ken dat de burger bevriest als het hem te veel wordt. De waanzin wordt eerder genegeerd dan bestreden. En als het aankomt op vechten, vluchten of bevriezen, rolt het balletje steeds vaker linea recta naar het holletje van de weerloze pas­si­vi­teit. Neem de vierde nationale klimaat­enquête, waarvan de resul­ta­ten onlangs openbaar werden gemaakt. De Belg is zeer bezorgd om het milieu, zelfs bezorgder dan om ter­ro­ris­me, kanker of armoede, maar toch hebben de meeste Belgen de afgelopen vier jaar hun gedrag niet sig­ni­fi­cant aangepast om kli­maat­ver­an­de­ring tegen te gaan. Ze zijn het wel van plan, zeggen ze, maar nu even niet. De Belg bevriest door de kli­maat­op­war­ming. Er werd al vaak voor gewaar­schuwd: vertel de…

  • Columns

    Het moeras van haat­be­rich­ten

    Allemaal terug naar jullie apenland! Wat komen jullie hier doen? Van ons pro­fi­te­ren? Klotevolk! Als ze gaan doppen, weten ze precies hoe het zit, maar onze taal spreken is o zo moeilijk? En wij maar werken voor dat crapuul. Ga terug naar waar je thuis­hoort! Welkom op de Facebook­pa­gi­na van de N-VA. Nee, dit is niet één racis­ti­sche faceboo­ker die zijn zelf­be­heer­sing verliest, dit zijn zinnetjes uit talloze reacties die afgelopen dinsdag bin­nen­drup­pel­den onder een artikel over een andere taal dan het Neder­lands toestaan op school. Een enkele keer reageert de moderator van de par­tij­pa­gi­na: ‘Chantal, alle respect voor je mening, maar hou het a.u.b. wel beschaafd’, maar die terecht­wij­zing (‘met alle respect’) is een uit­zon­de­ring. Het merendeel van de bezoekers mag onge­li­mi­teerd bele­di­gin­gen en ver­dacht­ma­kin­gen plaatsen. Een eindje verderop op de pagina: ‘Stamp die pro­fi­teurs toch eens het land uit, we zijn die zo beu als kouwe pap!’ De moderator is in geen velden of wegen te bekennen. Haat­be­rich­ten, dis­cri­mi­na­tie en inti­mi­da­tie van mensen of groepen leveren bij de slacht­of­fers dezelfde stres­s­klach­ten op als andere mis­drij­ven. Eerst de reflex: vechten, vluchten of bevriezen? Daarna onder meer angst, een laag zelfbeeld en in sommige gevallen een trauma. Als je tot…