• Geen categorie,  Stukjes in het wild

    De wet van de remmende voor­sprong

    In mijn bio’s noem ik mezelf vaak onthecht. Je zou kunnen zeggen dat ik daar een beetje mee koketteer: kijk mij eens lekker autonoom en vrij zijn. Onthecht, ont­wor­teld, no strings attached, dikke prima. Maar intussen ben ik vaak eenzaam, zoekende en vervreemd van mijn omgeving. Tijdens mijn mid­del­ba­re­school­tijd deed ik aan stamcafé’s en stam­cof­fee­shops. Eerst Jan Steen, een ex-gedetineerdencafé, en daarna de Bom Shankar Chaishop, een cof­fee­shop, beide om de hoek van alles – van mijn mid­del­ba­re school en van mijn toen­ma­li­ge huizen, op de Albert Cuyp en in de Govert Flinck. Daarna werkte ik jaren in hetzelfde café, en nog weer later zat ik een paar keer per week in het school­ca­fé op mijn werk. Ik genoot van de sleur, de ver­trouwd­heid, en van de mensen op wie ik kon bouwen. Voor eeuwig Amsterdam voelde toen alsof het voor eeuwig thuis zou zijn, die stam­kroe­gen alsof ze in de grond verankerd waren, en zelfs de vrienden die ik toen had, wekten de indruk nooit meer te ver­dwij­nen. Ik vond dat een heerlijk gevoel. Regel­ma­tig vraag ik me af waar het fout is gegaan, en ik vermoed al direct bij dat gevoel. Dat ver­ra­der­lij­ke thuis zijn in alles, dat…