Stukjes in het wild

Mijn stukjes in het wild verschenen sinds 2003 op zezunja.nl. Heden ten dage schrijf ik in het wild op maartjeluif.com.

De geur van buiten

We moeten het eens hebben over de geur van buiten. Een zoetzure stoflucht die om mensen en dieren hangt die net van buiten komen. De geur van buiten is het best te ruiken als je zelf niét net van buiten komt, en de geur van buiten is om die reden ook een geur die je vooral bij anderen ruikt en minder bij jezelf.

Hoewel deze meneer de verklaring zoekt in geosmine, een chemische verbinding die wordt aangemaakt door bacteriën en die onder meer leidt tot de geur die je na regen kunt ruiken (genaamd ‘petrichor’) denk ik dat de geur van buiten niet dezelfde geur is als de geur na regen. Hoewel ik niet uitsluit dat de geur van buiten een voor- of nastadium is van die regengeur.

Ik hou niet van de geur van buiten. Sterker: ik vind de geur van buiten vies. Het is me te weeïg en te robuust. Ik herinner me dat ik dat als kind een van de vervelendste aspecten vond van iemand gedag zoenen: die geur van buiten.

Onlangs rook Wannes naar buiten en ik trok een wat vies gezicht. Hij keek me verbaasd aan en ik zei dat hij te veel naar buiten rook. Maar wat bleek: Wannes weet niet over welke geur ik het heb. Hij kent de geur van regen en hij weet hoe een bos of een snelweg ruikt, maar hij kan zich niks voorstellen bij die allesomvattende buitengeur.

Dus nu vraag ik me af: weten jullie wél wat ik bedoel met de geur van buiten?

• Ik doe mee aan 40 dagen bloggen. Dit is dag 25.

Bleketomatenintolerantie

Dat zachte zanderige vlees. Te koud, te nat, te wak, te smaakloos. Het velletje te taai, te veel contrast met het vruchtvlees. Je proeft de koelkasten tussen hier en Spanje, de liefdeloosheid van de grootgrutter en de snelheid waarmee de plant het water uit de grond tussen dat vel heeft gepompt.

Op de School voor Journalistiek volgde ik het keuzevak De Tomaat, over de verhoudingen tussen Nederland en Duitsland. De naam van het vak was afgeleid van een handelsakkefietje in 1992 waarbij Nederlandse tomaten in Duitsland door de beroerde kwaliteit tot Wasserbombe werden omgedoopt. We wisten toen nog niet hoe erg het 25 jaar later zou zijn.

Zo erg dat ik mijzelf bij elk broodje buiten de deur terugvind met twee vingers in mijn beleg in een poging die koude rode flubbers ertussenuit te halen. In het vliegtuig, in de trein, in het café, op het station, net zolang friemelend tot al die witmelige vlezigheid weg is. En dan te bedenken dat ik niets liever eet dan een broodje met tomaat. Zo jammer.

• Ik doe mee aan 40 dagen bloggen. Dit is dag 24.

Wat een dag

Foto: Vézelay, 1991

1. Ooit besloot ik dat ik me altijd zou laten interviewen als iemand een verzoek deed, want als wij journalisten al geen interviews meer willen geven, wie moet het dan wel doen? Ik had twee voorwaarden: 1. de vragen moeten gaan over iets waarvan ik zelf vind dat ik deskundig genoeg ben 2. door een afschrikwekkende ervaring met een televisieprogramma in het verleden hoef ik nooit mee te werken aan persoonlijke interviews. Over zielenroerselen doe ik alleen nog met eigen pen verslag.
Dus ik gaf van de week een interview: ‘Vrouwendag beste dag om géén complimentjes uit te delen’

2. Ik stopte in 2000 voor het eerst met roken, sindsdien rook ik af en aan wel en niet. Toch is er weinig veranderd sinds ik dertig jaar geleden begon met roken: ik ben ook als ik niet rook nog steeds verslaafd. Vandaag stop ik weer en gek genoeg heb ik er zin in. Dat lijkt me een valkuil.

3. Synesthesie was in het nieuws. Als synesthesie in het nieuws is, stroomt mijn mailbox altijd vol met media die mij willen interviewen. Omdat het vaak tv-programma’s zijn en ik wat cameraschuw ben, werk ik meestal alleen achter de schermen mee. Ik help ze aan meer informatie en geef tips over interessante aspecten.
Ook voor synesthesie geldt: ik schrijf er liever zelf over. Mocht iemand een artikel willen: mail me.
Mijn eerdere stukjes:
Synesthesie is een gelig woord
Synesthesie is een gelig woord (2)
Een dag uit het leven van een synestheet
Hoe ziet jouw pijn eruit?
Hoe ziet uw ik eruit?

4. Ik wilde een langer stukje schrijven, maar ik ga nu een app luisteren die mij van het roken af zal helpen. Ik weet wat de app gaat zeggen en ik weet wat me te doen staat. Ook dat lijkt me een valkuil.

• Er wordt veertig dagen geblogd in blogland, dit is dag 21.

Volledig overtuigd van mijn eigen boor

Van mijn ouders kreeg ik een paar dozen met oud schoolgerief mee. Tientallen schriftjes tot aan de leeftijd dat ik slordig met mijn spullen begon om te gaan. Vanzelfsprekend zijn de oudste schriftjes het leukste; die waarin ik nog nauwelijks abstractievermogen heb en opdrachten verkeerd begrijp, waarin je ziet dat ik er met rode wangetjes mee bezig geweest moet zijn.

In 1980 leerde ik lezen en schrijven op een typische Montessori-manier, met veel visuele prikkels. In een aantal schriftjes moest ik woorden foutloos opschrijven en ernaast tekenen wat ze betekenden. Al bladerend door die honderden interpretaties van de werkelijkheid stuitte ik op de boor van de foto hierboven. Hoewel begin jaren tachtig de gloriejaren waren van de workmate en mijn vader gewoon een elektrische boormachine gebruikte, was dat kennelijk voor mij wat een boor was.

Dat is opvallend, maar waarschijnlijk had ik kort daarvoor een handboor leren gebruiken. Een groot deel van mijn kinderjaren bracht ik zondagochtenden het liefste door met drie dingen: verkeersparken van Playmobil bouwen, meezingen met J.J. de Bom voorheen de Kindervriend én figuurzagen. Met carbonpapier trok ik Bambi, Sneeuwwitje of een van mijn andere idolen over, vervolgens boorde ik met een handboor een gaatje op de lijn. Daarna friemelde ik het zaagje erdoorheen, ik draaide de vleugelmoeren aan en dan kon ik eindelijk beginnen met zo secuur mogelijk langs het lijntje zagen tot de binnenkant loskwam. De handboor was voor mij dus als de slagbomen van mijn Playmobil-verkeersuitzet: een soort speelgoed.

Een paar schriftjes verderop kwam ik de boor weer tegen, ik was nog steeds zes, maar iets ouder. Mijn beleving van de boor was consistent en dat vind ik mooi. Geen enkel streven om bij de grote mensen te horen, volledig overtuigd van mijn eigen boor. Ik mis die overtuiging, dat gebrek aan twijfel, of ik mis die boor. Of misschien mis ik vooral de vrijheid. Dat je Sneeuwwitje drie keer kon uitzagen zonder het knagende gevoel dat je ook een was had kunnen draaien.

• Er wordt veertig dagen geblogd in blogland, dit is dag 20.

Maartjes foefjes: houten lepel tegen overkoken

Omdat ik zelfs op de meest romantische momenten geneigd ben praktisch te doen, leek een lifehackrubriek me echt iets voor mij. Maar ik vind lifehack een rotwoord, daarom: foefjes. Voor de Belgen: een foefje is een trucje, een slimmigheidje. Heb je ook behoefte aan een praktische oplossing voor iets? Leg mij je vraag voor, dan denk ik met je mee. Vandaag: een houten lepel tegen het overkoken.

Soms koken voedingswaren zoals pasta, rijst en aardappelen over. Dat is vrijwel altijd een slechte dag voor degene die het fornuis moet schoonmaken. Meestal kookt het water over omdat er schuim op komt dat veel meer ruimte inneemt dan je van tevoren had ingeschat. Dat schuim heeft te maken met bijvoorbeeld zetmeel- en vetdeeltjes in aardappelen, pasta en rijst, die de grens tussen lucht en water opzoeken en zo belletjes maken (hier vind je een zorgvuldige toelichting – pdf).

Om te voorkomen dat het schuim boven de rand uitstijgt, kun je een houten lepel op de rand leggen. Doordat de belletjes tegen het hout botsen en kapot spatten, blijft de schuimberg laag. Op de foto hierboven heb ik een deksel op de pan, maar dat is niet nodig, je kunt het effect ook zonder deksel bereiken. Op internet vind ik alleen ónbetrouwbare bronnen die uitleggen wat er precies gebeurt als het schuim tegen het hout botst, dus ik kan niet linken naar een goede verklaring, maar neem van mij aan: het werkt en het werkt – voor zover ik weet – alleen met een houten attribuut.

Een waarschuwing is op zijn plaats: je houten lepel trekt na verloop van tijd krom. Gebruik hiervoor dus niet je lievelingslepel. En belangrijker, want een kwestie van brand of geen brand: als je gaspitten overdreven groot zijn, zoals bij mijn fornuis, zorg dan dat je het vuur laag genoeg zet.

De lepel kan vlam vatten, ook als de vlammetjes die om de pan slaan niet zo hoog lijken te komen. De meeste lepels zullen vooral smeulen, maar ik wil het niet op mijn geweten hebben dat jullie een fikse keukenbrand moeten blussen. Zelf ontkwam ik er een paar keer op het nippertje aan. Het ruikt trouwens wel verrukkelijk, een smeulende houten lepel.

NB Net als de vorige tip is dit een truc die ervaren koks vermoedelijk als basic beschouwen, maar ook hier geldt weer: juist de huiverige thuiskoker kan wel wat hulp gebruiken

Foefje 1: cirkelvormig bakpapier

• Er wordt veertig dagen geblogd in blogland, dit is dag 19.

Eat that, ekster

We wilden de mezen iets bieden dat niet in twee flinke happen door een kraai of ekster verorberd kon worden, dus toen we ergens van die silootjes vonden, schaften we die aan. Voedersilo’s hebben heel kleine snoepgaatjes zodat kraaiachtigen hun snavel er niet in krijgen.
Tenminste, dat is het idee.

Vorig jaar maakte ik een video met daarin een iets beter beeld van wie er zoal komt eten.

• Er wordt veertig dagen geblogd in blogland, dit is dag 18.